Wat is zwangerschapsdiabetes?
1 of 2 op de 100 zwangere vrouwen krijgt te maken met zwangerschapsdiabetes. Zwangerschapsdiabetes doet zich meestal voor in de 2e helft van je zwangerschapsperiode.
De symptomen zijn gelijk aan die van normale suikerziekte: je hebt veel dorst en je moet ook veel plassen. Als je zwangerschapsdiabetes hebt, maak je ook meer vruchtwater aan dan normaal.
Zwangerschapsdiabetes is een stoornis in de koolhydraatstofwisseling die tijdens een zwangerschap ontstaat of wordt ontdekt.
Doordat bepaalde zwangerschapshormonen insulineresistentie (weerstand tegen de werking van insuline) veroorzaken, treedt er tijdens de zwangerschap een verminderde glucosetolerantie op. Dat wil zeggen dat het systeem dat het glucosegehalte van het bloed regelt niet goed werkt en niet alle opgenomen glucose goed kan verwerken. In een normaal verlopende zwangerschap daalt de nuchtere bloedsuikerspiegel voor het ontbijt, door de constante afgifte van suiker aan de baby. Na het eten neemt deze bloedsuikerspiegel echter toe doordat de insuline minder goed werkt. Dit is een normaal proces wat nodig is om de baby voldoende suiker te geven voor zijn energie en vetopslag. Bij zwangerschapsdiabetes stijgt de bloedsuikerspiegel echter te hoog en is er sprake van zwangerschapssuiker. Er gaat enerzijds meer glucose naar de foetus, terwijl de moeder voor zichzelf meer vetten gebruikt als voornaamste energiebron. De moeder spaart haar glucose als het ware op voor haar kind. In de meeste gevallen verdwijnt de insulineresistentie een paar dagen na de bevalling, samenvallend met het feit dat de placenta is verwijderd, en verdwijnt ook de diabetes. Bij ongeveer 5% van de vrouwen blijft de diabetes bestaan.
Bron: http://www.kindjeopkomst.nl/zwanger/zwangerschapsdiabetes.htm